zaterdag 14 januari 2012

AN OLD MAN'S ART


Ik speel wel eens met de volgende voorstelling en gedachte. Stel dat ik, zoals ik nu ben, mezelf zou tegenkomen zoals ik toen was, dat wil zeggen als jong, beginnend en ambitieus dichter van een jaar of vijfentwintig, en ik zou hemmezelf de vraag voorleggen wat ikhij het liefst zou willen, de beste gedichten op mijnzijn vijfentwintigste blijken te hebben geschreven of pas op mijn tachtigste. Ik ben ervan overtuigd dat ik het antwoord ken dat hijmijtoen zonder aarzeling zou geven.

Ik moest er ogenblikkelijk weer aan denken toen ik in Radio Times van afgelopen week het artikel over en vraaggesprek met David Hockney las, van wie weldra een grote tentoonstelling van start gaat in The Royal Academy of Arts in Londen (21 januari – 9 april): van de landschappen die hij de laatste drie jaar in en naar de natuur tekende en schilderde. 

‘Year after year, he’s been learning. He’s critical of artists who have no craft, who delegate the making. A poster for the show reads, “All the works here were made by the artist himself, personally.” A dig at Damien Hirst? He nods. “It’s a little insulting to craftsmen… I used to point out at art school, you can teach the craft, it’s the poetry you can’t teach. But now they try to teach the poetry and not the craft.
He quotes the Chinese saying that to paint “you need the eye, the hand and the heart. Two won’t do.” He adds, “The other great thing they said – I told this to Lucian Freud – is, painting is an old master’s art. I like that!”’

Kijk eens wat een vijfenzeventigjarige meester makend kan zien en doen voelen, met een jongensachtige bravoure en lol die geen jongen hem nadoet: