dinsdag 5 maart 2024

ECHT NIET GENOTEN, EEN ECHTGENOTE EN EEN BLAUWTJE


Van tijd tot tijd zet ik iets op Nonnolles om het binnen de kortste keren weer uit de openbaarheid weg te halen. Dat schielijk terugtrekken kan verschillende redenen hebben. Hieronder drie voorbeelden.


1

Acht jaar geleden plaatste ik onderstaand stukje op Nonnolles om het de volgende dag weer offline te zetten, want ik had een tikkeltje medelijden met de erin bezochte en besproken eetgelegenheid. Maar wat let me nu dat tentje is opgedoekt?

__________

Maakt het kwalitatief iets uit van wát je in een krant een bespreking leest, literatuur, beeldende kunst, horeca?

       Volgens mij geen moer.

Vanavond voor het eerst (en laatst, laat ik dat meteen opmerken) binnen geweest bij Sapori del mondo, aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan, zo’n tien wandelminuten bij ons vandaan. Al een tijdje van plan, na een bijzonder lovende recensie in NRC Handelsblad.

       Wat in dat stuk wordt beweerd bleek zeker voor de belangrijkste helft onwaar.

       Het eten was niet slecht, maar ook allerminst bijzonder. Maar ‘een fijn Italiaans eethuis, een héél fijn Italiaans eethuis waar je graag thuiskomt’?

       Het meisje dat er bediende sprak geen woord Nederlands. Niet dat ik geen woord Amerikaans kan spreken, maar toch…

       Bij de pasta werd geen strooikaas geserveerd, om extra brood moest worden gevraagd, een kapstok voor jassen was er niet, op het toilet deed de waterkraan het niet, de lege tafels werden om 20.20 uur al ontdaan van alle glazen en bestek, hoewel er in totaal nog zes gasten (onder wie wij) in de zaak zaten, de ene kok had al zijn jas aangetrokken en de andere was het aanrecht aan het schrobben, bij de koffie geen suiker, geen koekje, geen… Enfin, graag hoepelden we op.

       Stom! Ik had het natuurlijk kunnen weten, de kwaliteit van literatuur- en kunstrecensies in de krant kennende.


_____________

2

Dat dit absoluut onbehoorlijk was, liet de echtgenote van de schrijver me weten, en ze sommeerde me het bericht dat ik die dag op Nonnolles had geplaatst subiet te verwijderen.

        Wat was er mis met het geven van dit inkijkje via het publiceren van een klein stukje e-mailcorrespondentie dat begon met een aan mij gerichte vraag om commentaar op een paar romantitelideeën? Waardoor werd ik er in eerste instantie om gekapitteld door de echtgenote? De echtgenote...! Welke conclusies moest ik eruit trekken, met betrekking zowel tot mijn 'image' (kennelijk ongunstig - was ik te min?) als tot de verhouding tussen haar echtgenoot en mij? Ja, misschien had ik de toen nog bevriend gewaande correspondent eerst even om toestemming moeten vragen, maar op grond van onze vermeende, jarenlange en ooit hechte verstandhouding had ik daar niet eens bij stilgestaan, ik veronderstelde veeleer dat hij dit ook zelf wel leuk zou vinden, nu zijn roman met de in onze correspondentie besproken titel een succes aan het worden was. Mooi foute inschatting dus, in elk geval geheel buiten de echtgenote gerekend.
        Het gebeurde bijna tien jaar geleden, maar ik moet er nog herhaaldelijk aan denken, nog steeds met evenveel verbijstering als wrevel.
        Dit stond er op 24 augustus 2014 - zonder de zwartlakkerij van andere dan mijn eigen woorden uiteraard:


Donderdag 17 januari 2013, 12:08 uur, Stefan Hertmans aan HB:

‘Ik pieker overigens al weken over de titel van die roman.
Als je over een titel van een boek zou moeten oordelen zonder de inhoud te kennen, wat zou je dan het meest aantrekkelijk vinden?
1. Een geur van terpentijn en oorlog
2. De Uitverkorene’

Vrijdag 18 januari 2013, 9:39 uur, HB aan SH:

Nummer 2 valt voor mij meteen af, lijkt op een vertaling van een of andere veel te dikke roman uit het Rusland van de 19de eeuw, en daarmee tevens op een boek van een geëxalteerde, als schrijfster bekend staande schrijfster (…) die ik niet zou willen kennen.
Nummer 1 is dus beter, maar voor mijn zintuigen net iets te zweverig impressief met die ‘geur’. Bovendien heb je nogal wat ‘van’ en ‘voor’ in je titels, zeker de laatste jaren: De grenzen van woestijnenHet putje van MileteEngel van de metamorfoseMuziek voor de overtochtHet zwijgen van de tragedieDe val van vrije dagenDe mobilisatie van Arcadia. Waarom niet gewoon Terpentijn en oorlog?

Vrijdag 18 januari 2013, 16:26 uur, SH aan HB:

‘Juist ja, dat heb ik ook lopen bedenken - zelfs omgekeerd: Oorlog en Terpentijn (een ironische knipoog, jawel, naar een veel te dikke roman uit het Rusland van de 19e eeuw: naar Tolstojs Oorlog en vrede)... Ha!
Raar inderdaad, al die VANs in mijn titels... Je hebt altijd een ‘ander’ oog nodig om zoiets op te merken bij jezelf (de befaamde blinde vlek).
Thanks Mr Shrink!’

_________

3

En het onderstaande gaf ik vijf jaar geleden voor een uurtje aan de openbaarheid prijs. Maar waarom zou ik me voor mijn schaamte moeten schamen?


Mijn hemel! – denk ik, terwijl het schaamrood van toen me weer naar de kaken stijgt, wanneer ik in mijn brievenrommelarchief onverwacht een brief van mezelf aantref die ongelezen bij me terugkwam –: Waarom bewaarde je  z o i e t s…?
            Januari 1973: vier kantjes om een meisje te versieren, geschreven uit schijterigheid, uit gebrek aan lef om  g e w o o n  op haar af te stappen.
            Het lot lijkt me tegen mezelf beschermd te hebben, want het adres bleek fout. Maar helaas: het bloosarchief bevat ook een antwoordbrief. Ik heb dus haar juiste adres weten te achterhalen en andermaal een brief verzonden. Een tweede, ‘verbeterde’ versie kennelijk, want de eerste heb ik nog steeds zelf.
            Waar het toe heeft geleid valt te raden. Ik herinner me dat ik, na het innemen van een halve fles lauwe moezelwijn, bij haar durfde aan te bellen – op een door haar voorgesteld tijdstip – en dat ik me acuut wilde omdraaien, omdat ik wist hoe laat het was toen ik in één oogopslag zag hoe en waartoe haar vriendin zich comfortabel als in een loge in de kamer geïnstalleerd had. Een uurtje later probeerde de fles die voor moed had gezorgd vergetelheid te schenken.
            ‘[…] hoop ik je te leren kennen, een hoop die misschien nog maar heel eventjes te leven heeft.’ Ocharm, sukkel.