zondag 10 maart 2013

WAAR BLIJVEN VERDOEMENIS EN ZIELZORG?


Een week geleden stond ik weer eens op de Campo dei Fiori in Rome voor het standbeeld ter gedachtenis aan de publiekelijke verbranding op die plek van Giordano Bruno op last van de kerkelijke rechtbank, exact 350 jaar voor mijn geboorte. Het weerhield me er niet van opnieuw met een bepaalde opwinding en een zowel historiserend, nostalgisch als esthetisch genot menig kerkgebouw te bezoeken en me er zelfs in opgenomen, thuis te voelen. Hoe verfoeilijk ik ook allerlei daden vind die in de loop der eeuwen uit naam van de katholieke Kerk zijn begaan, ik houd van de kerkgebouwen en van hun religieuze kunst (mits gebouwd of vervaardigd vóór het midden van de vorige eeuw).
De dag na mijn geboorte werd ik rooms-katholiek gedoopt. Onlangs heb ik het besluit genomen om me officieel te laten uitschrijven uit het doopregister. Waarom? ('Dat contraritueel is zowat het kinderachtigste wat een volwassen mens kan doen,' noteerde een vriend van me eens in zijn publieke dagboek.') Ik wist het zelf niet goed. Nog niet althans. Uitspraken van paus Benedictus XVI over het gezin als hoeksteen van de samenleving en het daarmee impliciet afwijzen van andere partner- en levenskeuzen, leken de aanzet ertoe te geven. ‘Leken’, want ik had nooit een andere visie van de grote mannen van het katholicisme als kerkelijke institutie gekend en verwacht. Misschien was het veeleer zo dat ik de Kerk van mezelf wilde zuiveren, ik hoorde er immers al decennia niet meer echt bij, woonde nooit meer een misdienst bij, ging dus ook nooit meer ter communie, ik biechtte niet en bad evenmin, want geloofde in god noch hiernamaals. Met andere woorden: ik had eigenlijk helemaal geen recht meer om als rooms-katholiek ergens te boek te staan, zeker niet in het ledenregister van de vereniging zelf.
Echter pas toen ik antwoord ontving op mijn schriftelijk ingediende verzoek om uitschrijving, besefte ik ten volle waarom het terecht was geweest dat ik me had laten uitschrijven!
Allereerst kreeg ik een brief van de ‘Parochiefederatie Tegelen – Steyl – Belfeld’. (Ik neem aan dat dit een samenraapsel is van de resterende brokstukken van de inmiddels ontmantelde parochies Sint Martinus, Heilig Hart van Jezus, Sint Joseph, Sint Rochus, Sint Urbanus.)
Geachte heer Beurskens,
Afgelopen week ontvingen wij van u een schriftelijk verzoek tot uitschrijven uit het doopregister. Het doopsel is geregistreerd in de St. Martinusparochie te Tegelen op 19 februari 1950.
Uiteraard respecteren we dit verzoek tot uitschrijven en in het doopregister is een aantekening gemaakt van uw uittreding uit de R.K. Kerkgemeenschap per 4 januari 2013.
Wij wensen u alle goeds toe voor de toekomst.
Met vriendelijke groeten, (…)
Pardon? Alle goeds voor de toekomst? Geen banvloek? Geen dreigement met hel en verdoemenis? Of op zijn minst eerst eens een invitatie tot een persoonlijk gesprek? Of een vriendelijk maar dringend verzoek een en ander nog eens goed te overwegen?
         Vijf dagen later viel een brief van het bisdom Roermond in de bus. Daar zou je het dan toch hebben… Onder de datum 10 januari 2013 schreef mr G.H. Smulders lic., Secretaris van de bisschop me:
         Geachte heer Beurskens,
         In antwoord op uw schrijven van 24 december jl. [een toch niet willekeurig gekozen datum, meende ik – HB] bevestig ik uw uitschrijving als rooms katholiek.
         [Volgt nog enige technische informatie omtrent SILA – Stichting Interkerkelijke Leden Administratie – en de te verwachten brief van de doopparochie – die ik dus al had ontvangen.]
         Inmiddels verblijf ik,
         met vriendelijke groet, (…)
… Je als voetballer van SV Nieuw Sloten uitschrijven bij de KNVB lijkt me stukken lastiger! Greenpeace zal je tot in het graf met bedelbrieven blijven achtervolgen als je het lidmaatschap opzegt, maar door de R.K. Kerkgemeenschap word je namens de bisschop vriendelijk uitgewoven…
         Geen wonder dat ik er niet meer bij wil horen, verdomme! Watjes.

Vanochtend om vijf voor halfelf hoorde ik, zoals elke zondagochtend om dezelfde tijd, hier in de multiculturele Amsterdamse Oosterparkbuurt, een katholiek klokje klimpen zoals altijd het kapelklokje klimpte van het Nazarethklooster achter de muren in de Limburgse straat waar ik opgroeide. Nostalgie. Maar dat niet alleen, denk ik. Want opeens dacht ik, wist ik, als officieel nietmeerkatholiek, maar voor mezelf nog lang niet uitgeschreven, dat ik binnenkort best weer eens ter communie zou kunnen gaan, en dat allerminst uit balsturigheid. Het idee alleen al gaf me een prettig gevoel: vrij om katholiek te zijn.