zaterdag 1 oktober 2011

BALPENWAPEN


Op een van zijn weblogs gaat Fabian Stolk, docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, in op een NRC-bespreking door Guus Middag van gedichten van Ellen Deckwitz, dat wil zeggen, op wat naar aanleiding van de regels 'Hij knikt, gelooft niet/dat er in mijn ballpoint/ook een kogel zit' door Middag wordt gezegd: 'Het is een geweldige vondst voor een schrijver om bij dat balletje aan een kogel te denken.'
Fabian Stolk bedenkt, origineler, dat de balpen in het Duits 'Kugelschreiber' heet en dat ook in Nederland een tijdlang het woord 'kogelpen' werd gebruikt. Kugelschreiber of kogelpen: dat zijn natuurlijk al geen vondsten meer, maar cadeautjes op zich voor wie wil zeggen en laten zien dat ook schrijven verwonden of zelfs doden kan. (In het Duitse taalgebied hoogstwaarschijnlijk al lang een resoluut te weigeren clich√©cadeautje.)
Ik geniet van dit soort gevlooi en kommaneukerij, en doe er graag aan mee. Maar het is daarbij ook oppassen. We zoeken al gauw te ver, d.w.z. te veel in talige en filosofische regionen, zonder te zien dat down to earth iets anders voor de hand en het oprapen ligt. Zie bijvoorbeeld het volgende bericht: 'Zwaargewond na schot balpenwapen'.
Overigens vind ik de geciteerde gedichtregels, die nog het meest weghebben van een regeltje proza dat in drie stukjes is geknipt, niet bijster schotvaardig. Maar ik ken hun context niet.