maandag 19 april 2010

VERTAALFOUTEN EN NOBELPRIJZEN

Terecht en sympathiek aan de (verdedigende) reactie van Hanz Mirck op de ophef rond zijn vertaling van de laatste bundel van Seamus Heaney en de beslissing van de uitgever om de vertaling uit de handel te nemen, is dat Mirck enerzijds wijst op de relativiteit van het belang van ophef rond literatuur/poëzie ("alsof het belangrijk binnenlands nieuws betrof") en anderzijds wijst op het gegeven dat de media zich eigenlijk geen bal interesseren voor die literatuur, dat ze het meeste wat er aan interessants op dat gebied verschijnt en wanneer de auteur ervan geen publiek figuur is, niet eens signaleren, tenzij er op tussenmenselijk vlak stront aan de knikker is.
Dat laatste was voor mij de voornaamste reden dat ik in eerste instantie verontwaardigd opveerde toen Arjan Peters in zijn Volkskrantcolumn de kachel meende te moeten aanmaken met Mircks vertaling. Ik deed dat toen zonder de originele bundel erbij te hebben gelezen, en dat was niet slim, want ik schrok na lezing van District and Circle wel degelijk van de vertaling ervan. Er zat ook niets anders op dan ook daar het een en ander over op te merken.
Toch blijf ik met Mirck van mening dat lieden als Arjan Peters meer geïnteresseerd zijn in publiekelijk koppensnellen dan in poëzie. En dat zal voorlopig wel zo blijven.

Hanz Mirck noemt intussen ook mijn naam in zijn verdedigingsstuk: "Het gebeurt wel vaker dat er een vertaling van een Nobelprijswinnaar uitgebracht wordt, die rammelt – lees de bespreking van Guus Middag maar over Nee, Plato, nee van Auden, door Huub Beurskens."
Dat is dan weer een tikkeltje vilein van hem, want waarom noemt hij alleen mijn naam, hoewel Nee, Plato, nee vertalingen, voortgekomen uit samenwerking, bevat van Benno Barnard, Wiel Kusters en mij?

Het zal toch geen vergissing van hem zijn? Enfin, misschien gewoon wat zeer begrijpelijke frustratie: ik leek eerst aan zijn kant te staan en toen toch weer niet.

Overigens heeft onze Audenvertaling niet alleen Guus Middags chagrijn over zich heen gekregen (Middag die Auden een beetje als zijn geestelijk eigendom beschouwt), maar is er ook alle lof geweest voor Nee, Plato, nee. Een ander groot verschil met de Heaneyvertaling, waarvan volgens de vertaler maar 200 exemplaren in de winkel lagen: Nee, Plato, nee heeft al een tweede druk beleefd en wordt nog steeds verkocht.

Maar het opmerkelijke is dat Mirck het toch weer niet kan laten juist op het gebied van literair historische informatie een échte fout te maken. Een zeer vermakelijke fout in dit geval. W.H. Auden heeft namelijk nooit de Nobelprijs voor literatuur gekregen.
En waarom niet? Naar wordt beweerd onder meer vanwege de fouten in zijn vertaling van het boek Vägmärken (Markings) van Dag Hammarskjöld, uitgerekend een Zweedse winnaar van de Nobelprijs voor de vrede...