dinsdag 1 april 2008

LONDEN AAN DE MAAS


Als aan de Maas geboren en opgegroeide Limburger vind ik het een even grappige als opwindende voorstelling dat de Maas ooit door Londen zou kunnen stromen. Niet zoals de Thames naar het oosten maar natuurlijk andersom.
Ik stel me voor dat ik op de zuidoever sta. Het lukt echter niet me daarbij een enkel beeld te vormen van de overkant: ik zie of weilanden en akkers met verder weg de kerktoren van Baarlo of de bebouwing van de City. Beide beelden verspringen voortdurend zonder samen te smelten.

Maar wanneer de Maas door Londen stroomt, is er wellicht geen Londen meer. En geen Baarlo. Op zijn minst woont er geen mens meer, de City is hoogstens een ruïne die deel uitmaakt van een apenplaneet. En wat gebeurt er met de Noordzee? Net zoals de Noordzee niet altijd heeft bestaan zal ze ook niet eeuwig voortbestaan. Hetzelfde gaat op voor de mens.

Ik vind het prikkelend te beseffen dat ik me een mensloze of -vrije aarde meen te kunnen voorstellen, zowel in een pre- als in een posthistorie.

I'll love you, dear, I'll love you
Till China and Africa meet,
And the river jumps over the mountain
And the salmon sing in the street,

zegt W.H. Auden in zijn beroemde gedicht As I Walked Out One Evening. Dat is mooi gezegd, omdat het onvoorstelbare net voorstelbaar genoeg blijft.

Willem Wilmink maakte er dit van:

Liefste, ik zal van je houden
tot de Maas door Londen loopt
en de vissen katholiek zijn
en de paus condooms verkoopt.

Dit is slecht gezegd. Niet alleen omdat de bezwerende herhaling in de eerste regel verdwenen is. Het is slecht gezegd omdat er nog mensen voorkomen in dat verschiet, omdat er nog menselijk geloof bestaat, omdat vis en christendom vanouds iets met elkaar hebben terwijl dat hier kennelijk over het hoofd wordt gezien of onvoldoende is doorgedacht hoewel de symboliek het vers binnenzwemt. En omdat het misschien toch niet zò onvoorstelbaar is dat een paus het gebruik van condooms toestaat.

Bijgevolg vind ik het beeld van de Maas door Londen bij Wilmink nonsens, terwijl de strofe van Auden - die daar niets over zegt - deze voorstelling intussen wél mogelijk maakt.
Typisch hoe ook een slechte vertaling de betekenis van het origineel beïnvloedt en zelfs mee oplaadt.