Wie was Helma Wolf-Catz? Dat
vraag ik me bijna in paniek af wanneer ik een krantenknipsel terugvind van een
kort artikel dat Helma Wolf-Catz schreef voor de Amersfoortse Courant van 19
juli 1975. Het is een bespreking, de enige van een beetje omvang, van mijn
enkele maanden tevoren bij een Zeeuws privé-uitgeverijtje verschenen
debuutbundel Blindkap.
Ze moet me dat knipsel persoonlijk hebben toegestuurd, want
in de marge heeft ze bij een gedicht ‘excuses
voor wonderlijke zetting v.d. zetter’ geschreven en iets eronder heeft ze
in handschrift twee zinsdelen toegevoegd die kennelijk uit de tekst zijn
weggevallen, bovendien heeft ze in de tekst zelf nog met pen een zetfoutje
gecorrigeerd.
Al gauw vind ik van alles en nog wat over haar op https://www.helmawolfcatz.nl/ – een al
wat oudere website, want ‘Dertig jaar na haar dood is Helma Wolf-Catz echter
geheel vergeten,’ lees ik op de homepage; ze overleed op 22 januari 1979, na
ettelijke jaren veelal bedlegerig te zijn geweest. Bewogen leven, met
onderduikjaren, verzet en chronische ziekte.
Ze was vijftig jaar ouder dan de door haar besproken dichter
aan wie ze het krantenknipsel stuurde. Hier de tekst ervan, inclusief
aanvulling en correctie, maar ook met nogal wat andere foutjes (interpunctie,
kapitalen, ‘wenkbrOuwen’…) in de aangehaalde gedichten:
_____
Huub Beurskens is op en top
een modern dichter in zijn bundel “Blindkap” vooral in zijn openingsgedicht,
geïnspireerd op de grote filmregisseur “Hitchcock”, ofschoon ik om de poëzie op
zichzelf “Chinoiserie” zou kiezen als een specimen van zijn talent:
Kantelende
vlucht van de ijseend.
terras
in loodrecht riet en regen.
mist
en als wenkbrouwen de takken van de treurwilg
tomeloos
naar die verte
om
daar te verstillen in
kantelende
vlucht van de ijseend
terras
in loodrecht riet en regen.
mist:
als wenkbrouwen de takken van de treurwilg.
Een sterk gedicht is ook het
“Paard”, geïnspireerd op een paard van geglazuurd aardewerk uit de T’angdynastie,
waarvan ik de eerste twee coupletten overneem:
WEIDE:
met een vleug van koemis
de
vlucht van bijen af en aan, beide,
dit
strekt zo onmetelijk sterk de steppe”
door
vorsten ompaald maar nooit
bezeten.
: zo
staat hij ingetogen in zijn toom
spant
traktie als een zwart metaal
geboend
met ijs
dat
wit rond de hoeven rijpt als
spaarde
het krachten voor dadelijk
een
daverende galop.
Veel meer treffende beelden
zijn er ook verwoord in “Landschapstudies” VII, zoals:
zilveren
krab stijgt de morgen uit zee
schikt
landschap zijn gindse heuvels
als
de groene pauw zijn satijnen harp.
Interessant is de inspiratie
van Huub Beurskens, die aan die van Willem Brandt doet denken, die over [Livingstone dichtte. De eerste koos echter een
ontdekkingsreiziger van] de Zuidpool, Oates, aan wiens trieste lot hij
vier gedichten wijdde.
Tot slot geeft Huub
Beurskens vier vertelalingen van de
Oostenrijker Georg Trakl, die op 27-jarige leeftijd in 1914 stierf,
vermoedelijk verslaafd aan de narcotica. Hij studeerde farmacie en was een
visionair die sterk de invloed onderging van Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
Trakls gedicht “De zon” imponeert in de vertaling van Beurskens, wat een
compliment voor de vertaler inhoudt: [volgt het vertaalde gedicht].
_____
Hoe was deze Helma Wolf-Catz
aan het adres van de vijfentwintigjarige dichter gekomen? Via de uitgever in
Kortgene, een Zeeuwse connectie dus, die haar ook de bundel had bezorgd? En
antwoordde de jonge dichter op de post uit – hoogstwaarschijnlijk – Bussum?
Menend hem te kennen: ongetwijfeld. En wat wist hij of wat kwam hij toen te
weten omtrent de schrijfster?
Het liefst zou ik nu meteen naar Tilburg afzakken om hem te
bezoeken in dat hoekhuis aan de Theresiastraat dat hij gedurende de laatste maanden
van zijn studie aan de kunstacademie deelde met enkele studenten van heel andere
opleidingen. Wie weet komt dan net ook zijn vriendin binnen met wie hij spoedig
naar Amsterdam zal vertrekken. Ik zou hem ook willen vragen hoe hij het beleeft
dat er vijftig jaar na verschijnen opnieuw
over Blindkap wordt geschreven. En hij is
er vast benieuwd naar wat ik nu van zijn debuutbundeltje vind. Ik wil proberen
zo oprecht en tegelijk zo invoelend mogelijk te zijn.
Maar dat huis wordt denkelijk al
lang niet meer aan studenten verhuurd. Grondig verbouwd is het bovendien. En
überhaupt, wie of wat of waar is hij zelf eigenlijk nog?

