‘Hier
de Balker.’ Dat waren de beginwoorden van een antwoordbrief die het begin
vormde van een jaren durende, herhaaldelijk vrij intensieve en intense
correspondentie tussen de dichter H.H. ter Balkt (Habakuk II de Balker) en mij,
twaalf jaar jonger en bij aanvang van de briefwisseling kunstacademiestudent
van vooraan in de twintig.
Ik berichtte
er eerder over naar aanleiding van het gegeven dat Rémon van Gemeren werkt aan
een biografie van Ter Balkt.
Uiteraard bleek de biograaf
geïnteresseerd in de brieven en geschreven kaarten die ik van Ter Balkt, van
Harry, had mogen ontvangen. Hij had al brieven van mij aan Harry in het archief
van het Literatuurmuseum in Den Haag ingezien. Dus deed ik voor hem alle van
Ter Balkt ontvangen post in een flinke envelop om die ter verzending af te
leveren bij een postagentschap vlakbij het Amsterdamse Oosterpark. De
bestemming was hemelsbreed nog geen acht kilometer verderop. Na enkele dagen
bleek de zending nog niet gearriveerd bij de geadresseerde. En na een week
beschouwde ik, PostNL vervloekend, het Ter Balktdeel van de correspondentie al
bijna als voorgoed verloren. Foto’s of scans had ik niet gemaakt. Of dat verlies
heel erg zou zijn? In elk geval nogal jammer. Maar na twaalf dagen kwam dan
toch nog het bericht dat voor opluchting zorgde.
Op een paar vroege brieven en de laatste
na heb ik niets herlezen, maar het beeld dat ik van het geheel heb is dat van
een graag verbolgen, uitvoerig fulminerende scribent, uitvarend tegen van
alles en bijna iedereen in de toen vigerende Nederlandstalige poëziecultuur, en mij
daarbij in mijn aspiraties en eigen literaire pogingen veeleer de les lezend en
op mijn nummer zettend dan stimulerend. In dat licht is het zo gek niet dat de
correspondentie op een gegeven moment eindigde.
Na inzage met het oog op de te
schrijven biografie zal Rémon van Gemeren het materiaal bij het Literatuurmuseum
in Den Haag bezorgen.
Dat museum heeft nog een andere
correspondentie van mij met een dichter in zijn archieven, anders in menig
opzicht.
Open, aimabel, enthousiast en
begeesterend – dat was Leo Vroman.
Op de site van van het Literatuurmuseum
wordt deze correspondentie gedetailleerd getoond en van commentaar voorzien:
.jpg)
