zaterdag 20 maart 2010

HOE ZOIETS GAAT 2

Hoe zou zoiets gaan? Frits Bolkestein heeft zich teruggetrokken uit de jury van de Ida Gerhardtprijs.
"Uit waardering voor haar poëzie ben ik tot deze jury toegetreden, ben ik haar gaan voorzitten zelfs. We hebben zo’n honderd dichtbundels gelezen. Toen kwam het aan op selecteren, en daar bestonden richtlijnen voor. Volgens de criteria van de Ida Gerhardt Stichting moet de laureaat dichten in de geest van Ida Gerhardt. Maar daar hadden mijn collega-juryleden Vaessens en Perquin lak aan. Die houden er een postmoderne visie op na, en die is zacht uitgedrukt niet de mijne. Ik moest die criteria allemaal niet zo nauw nemen, zeiden ze. Ik zag het verkeerd. Zij namen het toch ook ruimer? Maar dat weigerde ik."
Waarom gaan Perquin en Vaessens überhaupt onder voorzitterschap van Bolkestein in die jury zitten? Omdat ze het poëtische oeuvre van Gerhardt zo hoog achten en haar naam koste wat kost willen doorgeven aan de volgende generaties? Of maakt het voor hen niet uit of een prijs is vernoemd naar Ida Gerhardt, Joost Maghetweten of Wammes Waggel? Of sloegen ze Bolkesteins visie op hedendaagse poëzie aanvankelijk hoog aan? Of diens opinie omtrent integratie? Of dachten ze dat een voorzitter iemand was die zich als een niemand hoorde te gedragen?
Wat hebben ze gedacht toen de voorzitter opstond en de deur hard achter zich dichtsloeg? Hebben ze erover gedacht om dan ook maar op te stappen? Een nieuwe voorzitter te (laten) zoeken? Heeft de stichting van die Gerhardtprijs een bestuur met ballen?
Ik weet het niet. Hoe zou zoiets gaan?
En de laureaat zelf, die uit handen van het overgebleven tweetal de prijs mocht ontvangen? Accepteerde hij die prijs uit bewondering voor het werk van de christelijke dichteres? Uit een innig gevoel van verwantschap? Uit respect voor het literaire oordelingsvermogen van Vaessens en Perquin? Omdat hij net als die twee allang blij was dat die bejaarde VVD'er was opgerot? Omdat het hem niets interesseerde hoe die prijs heette, zolang het maar een prijs was? Zat hij financieel aan de grond?
Ik weet het niet. Hoe gaat zoiets?
Ik ken Schaffer niet. Dat wil zeggen, ik meen hem een enkele keer achter een kinderwagen in de Amsterdamse Dapperbuurt of directe omgeving te signaleren.
Ik weet in elk geval zeker dat ik zelf - zonder nu pretentieus of hoogmoedig te willen overkomen - nooit en te nimmer een prijs vernoemd naar Ida Gerhardt zou aanvaarden, net zo min als een Komrijprijs (die er ongetwijfeld zal komen) of een Noteboomnominatie.

Intussen ben ik zelf genomineerd voor de Guido Gezelleprijs. Op zich niet zo'n probleem: net als Gezelle houd ik ervan naar kwinklende winklende dingen te kijken, bovendien heb ik educatie genoten van mannen in zwart habijt. Terwijl Gezelle de tovenaar is, ben ik de goochelaar, beweerde een ervoor doorgeleerd iemand eens. Aangezien ik niet in tovenaars geloof, reken ik Guido Gezelle tot mijn gilde.
De organiserende culturele dienst van de stad Brugge liet me weten mijn aanwezigheid bij de bekendmaking van de prijs op 27 maart aanstaande zeer op prijs te stellen, zonder er kennelijk maar even van uit te gaan dat aan zo'n invitatie fatsoenshalve ook een prijskaartje voor de organisatie zou moeten zitten. "Het is voor ons jammergenoeg niet mogelijk om alle vijf de genomineerden hun reiskostenvergoeding en overnachtingen te betalen," liet men me bij navraag weten. Daarmee suggererend dat er voor een of enkelen van de genomineerden wel gebak in huis kon worden gehaald, maar die suggestie schrijf ik vooralsnog toe aan een ongelukkige wijze van formuleren.
En die prijs zelf schrijf ik hierbij dus al op mijn buik, want je moet wel een echte nolles zijn om voor nop speciaal naar Brugge af te reizen om daar voor tachtig procent kans te hebben met nog legere handen naar huis terug te moeten.
Wat zou er omgaan in de culturele breinen van die ooit zo welvarende stad, vraag ik me af.
En wat is eergevoel nog in dit land en dat van de zuiderburen? Een tweeregelig stukje in de krant voor de visverkoper op de Dappermarkt.