donderdag 19 februari 2026

MAHONIA

Bestaande uit negentien strofen in haikuvorm, voor het eerst gepubliceerd in het jaar 2000 in De Gids, over een nog elk jaar weerkerende sensatie in mijn stad en de ontmoeting daarbij met een speciaal ervoor overgekomen dichterlijke verzekeringsman.

_______________________________

 

O mahonia,

        al voor het wintereinde

bloei je in de stad!

 

Mereloogringgeel,

        trossen vol navelklokjes,

miniklokrokjes

 

boven zwartgroen blad.

        Kijk, de verzekeringsman

wordt ineens tevens

 

een andere man

        die het kantoorpand verlaat

alleen maar even

 

om aan je geuren

        zijn gelaat op te klaren.

‘O mahonia,’

 

zucht hij, ‘drie heuvels

        en een wolk. Moet u ruiken,

meneer, lelietjes

 

van dalen maar dan

        met kruidigheden en een...’

... zweem van rijpend fruit.

 

O mahonia,

        over je heen gebogen twee

volwassen kerels,

 

beiden met in zich

        drie, vier heuvels en een wolk –

wat een dwaas gezicht!

 

Midden in een stad

        die een sneeuwjacht verwacht,

zo jaagt het verkeer.

 

Ik wou mijn leven

        laten verzekeren maar...

‘Ik wou net lunchen.

 

Komt u toch eerst mee!

        De naam mahonia

komt van McMahon,

 

een gaardenier uit

        Amerika. Wist u dat?

Negentiende eeuw.’

 

Ik zeg ja en nee.

        We slaan onze jaskraag op,

kijken nog eens om.

 

‘De blauwberijpte

        zwarte bessen straks zijn gif

voor ons, maar moet u

 

turdus merula

        dan zien...’ O mahonia!

In zondagspak fluit

 

de man. De zon schijnt

        op zijn matelot. Hij zwaait

met zijn wandelstok.

 

Vogelorgelzang.

        Drie, vier heuvels en een wolk.

Geen een traan. Wel wang.

 

‘Ik bedoel, ieder

        en alles zal vergaan, maar

juist daar leef ik van.’