Wat was ik tien jaar geleden venijnig! En hoe terecht!
https://www.dereactor.org/teksten/signalement-restanten-jan-fabre
- Huub Beurskens -
Wat was ik tien jaar geleden venijnig! En hoe terecht!
https://www.dereactor.org/teksten/signalement-restanten-jan-fabre
de ouwe lamenteert
Nu het zeikt van de regen op de kaduke schuur
schuil ik er onder het lekkende golfplatendak,
maar wat zat ik vlakbij het vuur
met praatjes voor tien in van die eindeloze gesprekken
over politiek en krijgs- of liefdesavontuur,
eer de tijd me zo te grazen nam.
Terwijl jong tuig met aluminiumfolie, zwavelzuur
en petfles net voor knal en vlam per scooter
vlucht,
roeptoeterend volk tegen een dictatuur
ver weg hier door de straten trekt,
zit ik alleen te tobben, uur na uur,
over hoe de tijd me zo te grazen nam.
Naar, laat staan in zo’n kaduke schuur
kijkt natuurlijk geen enkele vrouw,
enkel herinneringen zijn van lange duur,
aan de schatjes die ik geil hebben wou of had;
de tijd die me zo te grazen nam zou ik uit puur
afgrijzen willen bekwatten doch ik kwijl maar wat.
___________________________
Het bovenstaande is allerminst een vertaling of inhoudelijke
persiflage, maar een even omstandig als pretentieloos nevenproduct van mijn persoonlijke omgang
met het ranke gedicht ‘The lamentation of the old pensioner’ van Willam Butler Yeats
uit 1893.
THE LAMENTATION OF THE
OLD PENSIONER
Although I shelter from
the rain
Under a broken tree,
My chair was nearest to
the fire
In every company
That talked of love or
politics,
Ere Time transfigured
me.
Though lads are making
pikes again
For some conspiracy,
And crazy rascals rage
their fill
At human tyranny,
My contemplations are of
Time
That has transfigured
me.
There’s not a woman
turns her face
Upon a broken tree,
And yet the beauties
that I loved
Are in my memory ;
I spit into the face of
Time
That has transfigured me.
GEWOON
Nooit zwemmen geleerd, doch
niet verdronken,
geen crash met wagen of
vliegmasjien, geschopt,
geschoten noch gestoken, geen
val in een ravijn,
niet ten prooi aan vlammen of
een roedel wolven,
evenmin onder instortende gewelfbouw bedolven,
maar gewoon aan zichzelf
gestorven of door
zichzelf of van of in of uit
__________________________
Nieuwe aanvulling van Christian Hendrikx op Het Moment.
Zie HIER.
VOORGANG
Een ‘Gaat u maar eerst’ en een
hoffelijk handgebaar
van twee gedistingeerd gekleden
op het trottoir
met een verrijdbare baar, een nog lege, gespiegeld
in het zwart van hun wagen, die dicht is en geblindeerd.
Dan, na een aarzeling, met een
hoofdknik een ik die
het diepdonker van de open woningingang
passeert.
__________________________
Nieuwe aanvulling van Christian Hendrikx op Het Moment.
Zie HIER.
Dat inzet en focus van een
literair werk of oeuvre niet of foutief worden gezien wanneer dat werk wordt
afgekeurd, betekent nog niet dat zo’n werk als geslaagd mag worden beschouwd
wanneer de intentie ervan wél wordt onderkend. Anderzijds betekent een gunstig
bedoelde of lovende bespreking niet noodzakelijk dat inzet en focus wél zijn
herkend. Maar bij negatieve kritiek is het vaak eerder zichtbaar waar het
wringt.
– Wees concreet, man!
– Oké. Een paar voorbeelden uit de eigen praktijk.
Nadat een recensent de auteur van een roman van mij had
geprezen vanwege diens ‘kunstige spel met maskers’, werd hij prompt knorrig omdat
uiteindelijk nooit een of de ‘ware gedaante’ achter die maskerade onthuld werd;
de maskers leken uiteindelijk ‘niets te verbergen’ te hebben, wat in zijn
optiek de roman tot een vrijblijvend literair spel maakte.
Over een ander prozaboek merkte een andere criticaster op
dat het was ‘bedoeld als een constructie met één kiertje om ons doorheen te
laten kijken. Maar er valt niets te zien. De kier laat je onberoerd.’
Dat de crux juist in het door hen gebruikte woord ‘niets’ schuilt,
zagen de beoordelaars niet.
– Je bedoelt dat er door die kieren of achter die maskers
juist wél iets zichtbaar werd, namelijk het niets?
– Niets, inderdaad, liefst zonder lidwoord.
– En dat zo’n niets laat zien dat alles wezenlijk oppervlakte is en dus tragisch oppervlakte blijven moet? Terwijl die besprekers kennelijk zicht wilden hebben op zoiets als het diepe ware, het werkelijk echte of de ziel.
– Nichts, aber darüber
Glasur.
___________
Beelden: Wieslaw Wałkuski