woensdag 28 oktober 2026

BRAAKZAKJE

 


Kreeg je bij de entree

een braakzakje mee?


dinsdag 27 oktober 2026

DE MORTUIS

 


    - Je las het overlijdensbericht van schrijfster Lidy van Marissing waarin zijzelf wordt geciteerd?

    - De mortuis nil nisi bene.

    -  Je las het dus.

    - Niet in de krant maar voor zover het wordt getoond en toegelicht op een literair weblog. Ik begrijp dat de schrijfster die woorden speciaal voor deze gelegenheid dicteerde aan ene Alofs; Hella Alofs veronderstel ik, een vriendin vermoed ik.

    - "Het is mooi en lelijk geweest. Ik ga mij voegen bij de dode zielen uit Gaza." Dat eerste vind ik wel sterk. Maar...

    - De mortuis...

    - Excuus voor de gemakzucht van mijn woordspel, maar is het geen dooddoener te stellen dat je over de doden niets dan goeds mag zeggen? Bovendien heeft Van Marissing die woorden nog bij leven gesproken - hoe kan het anders? Die 'dode zielen' doen mij meteen en vervolgens voornamelijk denken aan de Dode zielen van Nikolai Gogol. Dat boek heb jij toch gelezen? En het zal Van Marissing evenmin onbekend zijn geweest. Wie of wat zijn dat, dode zielen?  

    - Bij Gogol zijn dode zielen gestorven maar boekhoudkundig nog niet afgeschreven lijfeigenen.

    - Om het beeld van zulke dode zielen te passen in dat van "de dode zielen uit Gaza" is wel een staaltje kreupele acrobatie nodig, vrees ik - en dan nog.

    - Mogelijk heeft ze het niet gogolesk bedoeld. Weet je dat Gogol een Oekraïner was, zoals we dat nu zouden noemen, in elk geval iemand die in de Oekraïense taal geboren en getogen is maar in het Russisch is gaan schrijven? Maar dit terzijde. Wat ik me nu afvraag is waar die zielen van doden - want laten we het daar op houden - uit Gaza dan zijn. Zijn die op een bepaalde plek, afgezonderd van schier ontelbaar andere zielen van even zoveel andere doden uit geheel andere gebieden en volstrekt andere tijden? En kun je als ziel van een niet-gazaanse dode daar dan heen om je aan te sluiten? Ik bedoel...

    - ... nil nisi bene!

    - Ik bedoel: welk denkbeeld van een hiernamaals ligt in hemelsnaam aan die uitspraak ten grondslag?

    - Misschien is het alleen haar bedoeling geweest om ons ook na haar dood of via haar overlijden te laten stilstaan bij wat er in Gaza gebeurt.

    - Dus quasi over haar graf of urn heen?

    - Zoiets.

    - Maar waarom uitsluitend Gaza? Niets en niemand anders?

    - Misschien omdat het zo actueel is.

    - Alsof ik dat dan nu niet allang zelf weet!

    - Haar intentie is of was in elk geval goed, lijkt me. De mortuis nil nisi bene.

    - Maar literair kwalitief is het krakkemikkig of op zijn minst naïef wanneer een schrijfster een dode of een de dood in gaande zo laat denken en spreken. Het valt me van de schrijfster tegen.

    - Lidy van Marissing schreef de laatste jaren niet meer. Pijn, schijnt het. Echte. En, ach, jij met je literatuur die altijd goed en mooi moet zijn! Die is toch zelf slechts weer een onderdeeltje van het leven? En mooi en lelijk is dat leven. Goed en slecht.

    - En onrechtvaardig.

    - Ah, sorry, nu meen ik opeens toch nog een andere mogelijkheid, een andere zienswijze te lezen. Exit Gogol. Dode zielen, wat zijn dat? Zielen die er niet meer zijn. Als je je daar bij voegt, ga je mee op in het niets...

    - Alleen het leven is bezield, niet de dood. Bedoel je dat? Zou ze dat bedoelen? Daar denken ze volgens mij in Gaza enigszins anders over.

    - ...

    - ...

    - Schrijf jij eigenlijk nog?

    - Jij?

      

      

    

maandag 26 oktober 2026

IK


Nee, ik wist het niet. Of niet meer?

    Iemand die de moeite had genomen alsnog mijn Wachten op een vriend (2015) te gaan lezen, na haar lectuur van een beschouwing erover (Fabian Stolk, Klasse, eveneens 2015 *), wilde van me weten of ik dat bewust zo gedaan had: de keuze van de achternamen van de twee op elkaar wachtende vertellers, Maris en Marks.

    - Hoezo?

    "Nou, ze hebben bij elkaar in de klas gezeten en in de klassenlijst in de agenda van hun onderwijzeres zouden ze dus zo genoteerd staan:

        Maris

        Marks,

alfabetisch."

    - Nou en?

    "Die niet gemeenschappelijke letters..."

    - Hoe bedoel je?

    "ik"

    - Nu je het zo zegt te zien... Ik schrik er een beetje van, want, nee, ik weet het niet.

    "Of niet meer?"

_________________________

* zie ook: http://fstolk.blogspot.com/2015/05/nabetrachting-huub-beurskens-wachten-op.html




zondag 25 oktober 2026

HET WAS ZO MAKKELIJK

Hoe vervreemdend is het jezelf onverwacht tegen te komen, gezien door de ogen van een je onbekende die jou kennelijk herkende.

    Naar aanleiding van het overlijden van Lidy van Marissing kwam her en der ook Jacq Vogelaar ter sprake.


En wat struinend op het internet belandde ik quasi zomaar in iemands notities over de begrafenis van Jacq nu al bijna dertien jaar geleden:

    "H.C. ten Berge stapt met grote passen op het grind. Verder zijn het Piet Meeuse, Barber van der Pol, Huub Beurskens, Cyrille Offermans, Marion, Yves van Kempen met Brecht. Ik zie Meneer Nieuwenhuis, de vormgever, Robert Anker, Willem van Toorn, Tom van Deel, Xandra Schutte, Nicolaas Matsier, Erik Lindner (de jonge garde), vele anderen. Laat ik Pieter de Nijs en Liesbeth van Nes niet vergeten en Sjef Bogman, mijn studiegenoten. Vrienden. De aula is vol. Er is muziek drie keer; er zijn 12 sprekers. Het hadden er ook 1200 honderd kunnen zijn. Misschien wel moeten zijn. Over Jacq kun je blijven praten en spreken. Het is nooit genoeg."

    Dat en meer noteerde Willem Broens op 19 december 2013, een dag na de begrafenis, de dag waarop ik zelf het gedenkgedicht "Acht met stuurman" noteerde, ja, noteerde, want het was zo makkelijk er poëzie van te maken.




vrijdag 23 oktober 2026

LIDY VAN MARISSING I.M.

De schrijfster Lidy van Marissing (*1942) is niet meer. Ik vind het altijd weinig decent wanneer iemand zichzelf opvoert bij iemands heengaan. Toch herinner ik me allereerst dat zij een van de weinigen was die decennia terug mijn werk positief op waarde wilde en kon schatten (zoals in de Volkskrant van 30.08.1980). Komend voorjaar zullen haar poëzie en een keuze uit haar prozawerken bij Koppernik verschijnen.