Dat is danig hautain en elitair, nietwaar? Hoewel Gombrowicz zich juist keert tegen waancultuur en snobisme. Tegen cultureel kuddegedrag.
Maar een schilderij van Matisse of wie dan ook echt goed op je laten inwerken, dus meer dan een paar seconden, meer dan luttele minuten lang, er dichbij kunnen gaan staan en dan weer wat verderaf en nogmaals enzovoort, hoe je het maar wilt, dat is praktisch onmogelijk tussen allerlei andere mensen om je heen die aldoor komen en gaan, veelal met hun beeldschermapparaatje in de fotostand.
Rust, tijd en ruimte heb je nodig. En dan moet je of moet een of ander in je ook nog eens je, zijn of haar dag hebben.
Ik herinner me een nogal euforische kijkervaring ooit in een toen rustig Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid. Zo veel kwam er achter elkaar intens bij me binnen, dat ik vol verwachting en vertrouwen dezelfde locatie twee dagen later nog eens bezocht: andermaal was het er rustig, maar het was alsof alle vormen en kleuren in twee etmalen duf en dof geworden en als het ware platgeslagen waren.
Overigens zijn beslist niet alleen boomers met telefoonetuis beeldschermpjeskijkers. Bijna dagelijks zie ik in wat ik aanmatigend onze achtertuin placht te noemen, het Artispark, bezoekers, onder wie menige jongere van Generatie Z of hoe men zich wil benoemen, bij dierenverblijven louter hun schermtuig gebruiken om al kijkend naar het resultaat van hun screentouch verder te lopen of het aan zijn of haar gezelschap te tonen.
"Maar op zo'n scherm kun je ook veel heel dichtbij bekijken, in close-up of uitvergroot zoals dat met het blote oog niet te zien is. Kijk hier, dat kikkertje van nog geen drie centimeter, nu tien..."
Ach, mogelijk ben ik met mijn gombrogegrom nog de meest boomerige boomer van allemaal.
Wie weet sluit ik straks dus maar gewoon aan bij de rij voor de kassa van Chez Matisse. Maar voor het zover is bekijk ik toch nog eens een vermakelijk filmpje: 'The bad breath of a Mondriaan specialist' - en heb ik ook wel een beetje te doen met kunstkenner Hans Janssen (1954-2021).






