vrijdag 20 mei 2011

A DULL BOY

Vanmiddag in tramlijn 14 zat een oudere, ongeschoren en naar alcohol ruikende man tegenover me toen de passagiers elektronisch werden gecontroleerd op de geldigheid van hun vervoersbewijzen.
Nadat zowel hij als ik waren gecontroleerd, zei hij met een knipoog tegen mij: 'Dat zul je toch de hele dag moeten doen...!'
'Wie weet is het toch afwisselender dan je denkt,' meende ik zo nodig te moeten opmerken.
'Ik zou nog liever een boek schrijven,' antwoordde hij schamper.


maandag 9 mei 2011

VERITAS

'Weg ermee. De amateurs lopen en masse over ons heen.'

Aldus een al bijzonder lang zeer gewaardeerde collega-dichter gisteren tegenover mij, toen even een poëziebloemlezing ter sprake kwam die werd samengesteld door de-man-en-zijn-lichaam Arie Boomsma.


Het deed me weer denken aan en vooral over de woorden die Adriaan van Dis sprak in het televisieprogramma De wereld draait door van 13 april j.l., 'vol vuur', zoals Van Dis zijn beoordeling van bedoelde bloemlezing zelf op zijn site typeert.
'Laat ik vooropstellen,' zo begon Van Dis aldus met gloed, 'dat iedereen die de poëzie wil bevorderen al mijn respect verdient.'


Het gaat mij hier nu niet om Adriaan van Dis en zelfs nauwelijks om de eeuwig godzalig glimlachende anthologist die schijnbaar voor de gelegenheid in vermeend schoonschrift een anagram van 'I vaster' op zijn rechter onderarm had laten tatoeëren, maar om een uitspraak die je, met varianten, steevast kunt vernemen wanneer het in de media en culturele kringen gaat over 'de poëzie'. Prompt vervalt iedereen dan in gepaste ootmoed.


Is de poëzie zoiets als een bedreigde diersoort? Zelfs als het gaat om de reuzenpanda of de chitra chitra is het zeer de vraag of iedereen die het voortbestaan van deze soorten wil bevorderen alle respect verdient; voorbeelden genoeg van rampzalige gevolgen van juist de allerbeste bedoelingen.


Nee, de poëzie is niet zoiets als een bedreigde diersoort. De poëzie bestaat helemaal niet. Of hoogstens als benaming voor een bepaalde synthetische wierookgeur. En vrijwel alles wat in die geur werd en wordt geschreven verdient allesbehalve bevordering. Weg ermee.

vrijdag 29 april 2011

VERGAT HET MEISJE HAAR BADTAS MAAR

Leonardo Cremonini (detail)

Te lezen op Raster online: 'Vierde kwartet', destijds opgenomen in Raster 11, 1979, nadien in de bundel Vergat het meisje haar badtas maar, 1980.

zondag 24 april 2011

ACH, WEAKLY

‘Het moet toch beetje lullig zijn om in deze bloemlezing te staan. Ten eerste krijgen de dichters de reputatie slecht opgepikt te worden door de kritiek.’
Dat schrijft iemand op 8Weekly over de bloemlezing De tegenstrijdige generatie, samengesteld door Yves T’Sjoen.
Ten eerste een fraaie omkering: een reputatie krijgen doordat je niet voldoende reputatie hebt. Ten tweede (maar eigenlijk nog eerder dan ten eerste): wat is er mis met het besef dat je werk minder gezien wordt dan dat van anderen? En wat is er voorts mis mee dat iemand opmerkt zulks niet terecht te vinden? Voor wie en wat is dat lullig? Toch alleen maar voor lieden die voornamelijk geïnteresseerd zijn in de vigerende culturele pikorde? Soms zit bij die lui toevallig een interessante dichter, maar veel meer soms niet.
Wie enig historisch cultuurbesef in zijn donder heeft, weet dat het altijd zo was en nooit anders zal zijn. Naderhand blijkt meestal dat ‘de kritiek’ en daarmee ‘de reputatie’ nog de meest aan mode en dus vergankelijkheid onderhevige componenten in het culturele getijdenspel zijn.
Afgezien daarvan heeft de scribent, uit moedwil of misverstand, de crux van het bestaan van deze bloemlezing volledig over het hoofd gelezen. ‘Still going strong’ – dat is het eigenlijke motto, tegen de hijgerige verjongingsbehoefte van de huidige cultuur in. Maar als je dat eenmaal inziet en accepteert, moet je je ook bezighouden met de overige 290 pagina’s van de bloemlezing in plaats van je slechts te storen aan 11 presenteerblaadjes, luilak.

EIGENTIJDSE ANACHRONIEK

De leeswolf,  2011,  nr. 3 / april
Eigentijds anachroniek
Huub Beurskens: Maar waar is het drama? / door Sven Vitse

"Huub Beurskens houdt er al jarenlang een bewonderenswaardig publicatieritme op na — gezegend zij de recensent die het allemaal bijhoudt. Na de roman Oorlogskind (onder het pseudoniem Loni Wolf) en het in eigen beheer uitgegeven prozaboek Dieman zijn van Beurskens eind 2010 gelijktijdig twee nieuwe titels verschenen: de essaybundel Maar waar is het drama? en het lange gedicht Mathieu. Het is al vaker gezegd: Beurskens beheerst verschillende genres en weet in elk van deze genres de ervaringswereld van de lezer — als die hem wil volgen — een paar graden ruimer te maken. Als geen ander slaagt Beurskens erin abstracte concepten als paradox en metamorfose in een verhaalstructuur, in klank en ritmiek, of in een helder suggestieve uiteenzetting vorm te geven. Dat is mijns inziens een kunst en geen kunstje, zoals ook wel eens wordt beweerd.
Ik heb in mijn inleiding bewust niet geschreven dat Beurskens in elk genre ‘een eigen stem’ vindt en bovendien ‘de lezer op het verkeerde been’ zet. In Maar waar is het drama? geeft de auteur herhaaldelijk aan met deze kwalificatie van zijn werk — al is zij doorgaans als compliment bedoeld — niet onverdeeld gelukkig te zijn. ‘Zowel ik als mijn gedichten hebben nooit ofte nimmer de intentie gehad een lezer op het verkeerde been te zetten’, luidt het. Met een dergelijke uitspraak lijkt Beurskens vooral zijn verhouding tot het modernisme (en de avant-garde) te willen bepalen. [...]"

U kunt de volledige tekst lezen in de leeswolf,  2011,  nr. 3 / april.