vrijdag 2 januari 2026

HET VLIEGJE IN DE VLA

 


Ben ik een muggenzifter wanneer ik moeite heb met een vliegje in de vla? Ik bedoel, met het volgende gedichtje erover:

 

er vloog een vliegje in de vla

het is meteen gezonken.

het spartelde nog even na,

maar zwemmen valt niet mee in vla.

het vliegje is verdronken.

de moeder van het vliegje hield zich groot.

ze zoemde zacht: het was een zoete dood.

 

Ik kwam het tegen in een bespreking van een dichtbundel voor kinderen, Er vloog een vliegje in de vla, van Bette Westera (teksten) en Sylvia Weve (tekeningen). Over de dichteres zegt de bespreekster: ‘Met de nodige (klank)humor en speelsheid maakt ze iets verdrietigs en confronterend toch luchtig.’

         Ik heb er geen probleem mee dat een pratende wolf zowel Roodkapjes oma als Roodkapje zelf compleet naar binnen slokt en dat een jager het dier opensnijdt om het tweetal er ongedeerd uit te halen. Elk kind van een jaar of tien beseft dat zoiets alleen in een sprookje kan gebeuren. Maar wanneer ik vader of grootvader van zo’n kind zou zijn, zou ik me als opvoeder tekortgeschoten achten als het geen bezwaar zou maken tegen dat gedicht over het vliegje in de vla. Niet alleen omdat het zou moeten weten of aanvoelen dat een vliegje dat in de vla belandt bepaald niet ‘meteen’ zinkt maar, indien het niet subiet wordt gered, veeleer in een hopeloze kliederpartij omkomt. Het zou vooral protest moeten aantekenen tegen de suggestie dat kleine vliegen, vliegjes dus, jonge vliegen zijn en dat die ook nog een zorgelijke grote, want zoemende ‘moeder’ hebben.