Dat inzet en focus van een
literair werk of oeuvre niet of foutief worden gezien wanneer dat werk wordt
afgekeurd, betekent nog niet dat zo’n werk als geslaagd mag worden beschouwd
wanneer de intentie ervan wél wordt onderkend. Anderzijds betekent een gunstig
bedoelde of lovende bespreking niet noodzakelijk dat inzet en focus wél zijn
herkend. Maar bij negatieve kritiek is het vaak eerder zichtbaar waar het
wringt.
– Wees concreet, man!
– Oké. Een paar voorbeelden uit de eigen praktijk.
Nadat een recensent de auteur van een roman van mij had
geprezen vanwege diens ‘kunstige spel met maskers’, werd hij prompt knorrig omdat
uiteindelijk nooit een of de ‘ware gedaante’ achter die maskerade onthuld werd;
de maskers leken uiteindelijk ‘niets te verbergen’ te hebben, wat in zijn
optiek de roman tot een vrijblijvend literair spel maakte.
Over een ander prozaboek merkte een andere criticaster op
dat het was ‘bedoeld als een constructie met één kiertje om ons doorheen te
laten kijken. Maar er valt niets te zien. De kier laat je onberoerd.’
Dat de crux juist in het door hen gebruikte woord ‘niets’ schuilt,
zagen de beoordelaars niet.
– Je bedoelt dat er door die kieren of achter die maskers
juist wél iets zichtbaar werd, namelijk het niets?
– Niets, inderdaad, liefst zonder lidwoord.
– En dat zo’n niets laat zien dat alles wezenlijk oppervlakte
is en dus tragisch oppervlakte blijven moet?
– Nichts, aber darüber
Glasur.
___________
Beelden: Wieslaw Wałkuski

