woensdag 8 augustus 2018

GIFTIG GETIKTE AFORISMEN 15



‘Vernieuwing’ als criterium maakt van veel hedendaagse poëzie beunhazerij omdat vernieuwen niet als discipline te leren is.
*
In de vorige notitie is poëzie inwisselbaar voor beeldende kunst.
*
Hoe zou het komen dat in het proza de graad van ‘vernieuwing’ en ‘experiment’ al lang niet meer de beoordelingsstandaard vormt, maar in de poëzie juist wel? Misschien onder meer door de misvatting dat poëzie ‘gevoeld’ en niet ‘begrepen’ hoeft te worden?
*
‘Vernieuwing’ zou alleen een door (kunst- en literatuur)historici te hanteren term mogen zijn in studies over bewegingen van minimaal honderd jaar geleden. Rembrandt vernieuwde (een deel van) de schilderkunst pas wezenlijk in de negentiende eeuw.
*
In zijn gedichten en romans wijdt X meer dan eens bewonderend en liefdevol regels en passages aan zijn echtgenote, om tegenover interviewers met een charmante glimlach en vette knipoog te kunnen ontkennen dat het over zijn geliefde echtgenote gaat, zijn werk is immers fictie, en zodoende niemand op de gedachte te brengen dat hij bij het schrijven van zulke regels en passages denkt aan de vrouw met wie hij zijn echtgenote op dat moment bedriegt.
*
De vertrouwelijke brieven die X hem stuurde over de psychische en lichamelijke details van zijn buitenechtelijke affaires verscheurde hij, niet uit vriendschap, want daarin voelde hij zich misbruikt, maar om zich niet te laten verleiden zich ooit te verlagen ze tegen de afzender te gebruiken.
*
Toen hij eindelijk inzag dat de brieven die Y hem in vriendschap had gestuurd geschreven waren in het vooruitzicht op latere literaire roem, verscheurde hij ze even gebelgd als genadeloos. Nu moet hij het nog over zijn hart zien te verkrijgen die doos vol snippers eindelijk op te ruimen.
*
Schrijver A beschouwt heel het leven als fictie. Vandaar dat hij er geen been in ziet feitelijkheden te verdraaien. Het is voor hem te hopen dat hij nooit oog in oog zal hoeven staan met een dubbelloops geweer van waarachter na de ontgrendeling de keuzevraag ‘Feit of fictie?’ klinkt.
*
Schrijver Z schreef een roman over menselijke verantwoordelijkheid die het overweldigende publieke applaus kreeg dat hij nodig had om de aantijgingen van een paar enkelingen in de persoonlijke sfeer te doen overstemmen.
*
Toen auteur C auteur D, over wiens persoon hij zich publiekelijk bijzonder negatief had uitgelaten, eindelijk persoonlijk ontmoette, dat wil zeggen, onder vier ogen en voor langer dan een kwartier, zag hij in dat hij zich in D had vergist en bood hij zijn excuses aan.
Sindsdien wacht D vergeefs op het publiek maken ervan.
*
‘Maar hij is eigenlijk een prozaïst.’ ‘Hij is en blijft een dichter.’ ‘De essayistiek is zijn fort.’
Niets zo gemakkelijk in een jury dan om een auteur opzij te schuiven die meerdere literaire disciplines beoefent, en wel telkens met een oordeel dat hem voor een andere discipline juist prijswaardig zou maken.
*
P was gedurende zijn cultureel opgaande literaire carrière zo vol van zichzelf geraakt dat hij niet meer zag dat hij al lang was overgelopen. Naar de kant waartegen hij zich afzette toen hij met schrijven begon.
*
Ooit lazen kompanen Q en R met enthousiaste instemming samen een studie over de bemoeienis van schrijversvrouwen met het werk van hun echtgenoot. Vijfentwintig jaar later kan niet anders worden geconcludeerd dan dat Q het als waarschuwing en R het als aanbeveling moet hebben gelezen.
*
Wat heet breuk? Wat heet contemporain?
Picasso die zich op zijn 75ste uitvoerig bezighoudt met een schilderij van een 55jarige (Vélasquez) die meer dan 221 jaar voor de geboorte van Pablo overleed.
Picasso die zich op zijn 80ste uitvoerig bezighoudt met een schilderij van een 35jarige (Édouard Manet) die overleed toen Pablo nog geen twee jaar oud was.

Zie HIER aflevering 1, HIER2 , HIER3, HIER4, HIER5, HIER6, HIER7, HIER8, HIER9 , HIER10, HIER11, HIER 12, HIER 13 en HIER14.