maandag 25 juni 2018

GIFTIG GETIKTE AFORISMEN - 9



‘Schrijf jij voor mannen of voor vrouwen?’
‘Wat een schrijveronvriendelijke vraag!’
*
Maffiapraktijken.
Zijn visboer wikkelde de ingepakte moot heilbot nog in een oude krant alvorens hem die in een plastic zak aan te reiken.
Thuis aan het aanrecht zag hij de boodschap: zijn doorweekte foto onder de rouwzwarte kop dat hij als dichter was mislukt.
*
Pakken – naar keuze: 1 ter hand nemen; 2 neuken; 3 te grazen nemen.
Toen criticus Q de schrijfster niet kon pakken pakte hij haar boek.
*
‘“Criticus Q” – omdat je zijn naam niet durft te noemen?’
‘Omdat hij van naam en gezicht zal veranderen zoals hij dat altijd al deed.’
*
Positieve discriminatie op sociale media.
Sinds de sociaal kritische literatuurcommentator R de indruk kreeg dat achter debutante C een mannelijke auteur schuilging, heeft hij haar geen enkel artistiek advies meer gegeven of haar anderszins iets van zich doen vernemen zoals hij dat geheel ongevraagd en, vindt ze, allerbeminnelijkst, was gaan doen.
*
Wasknijpers! Als de stilistische kwaliteiten van A’s gedichten zouden transformeren tot olfactorische.
*
Hij leest populair wetenschappelijke boeken op de manier zoals hij zich voorstelt dat de meesten literatuur lezen: zonder goed te weten waar hij op zou moeten letten en of hij bedot wordt.
*
Hij had als scholier een leraar die hem bij een mondeling complimenteerde met zijn prestatie en de volgende dag de ervoor behaalde onvoldoende oplas voor de klas.
Het kan niet anders, literatuurbeoordelaar N is de zoon van die leraar, sprekend zoals hij op hem lijkt!
*
Zouden Engelstaligen minder snel urgency (‘urgentie’) eisen van literatuur omdat het woord bijna een anagram van gurney (‘verrijdbare brancard’) is?
*
Is hij alleen nog knorrig over de stand van de literatuur behalve tijdens het schrijven zelf?
Moed put hij uit bijvoorbeeld het feit dat een prille dichteres (en net zo prille Master of Science) De glanzende kiemcel leest, de beschouwingen over poëzie die Vestdijk veertig jaar voor haar geboorte schreef, en laat weten: ‘Ik stel me voor dat anderen het mysterie rond poëzie graag intact houden, maar dat lijkt me even onzinnig als de gedachte dat wetenschappelijke kennis over stuifmeel de ervaring van de schoonheid van een bloem verpest.’
*
Niet in God geloven maar wel in de goddelijke inspiratie…?
*
Dichter W is in God gaan geloven om zijn dichtkunst op de proef te stellen. Hopelijk.
*
Hij wil niet dat dichters A, C, E, G et cetera als bekeerlingen anders gaan dichten, want hij gelooft niet dat ze dat kunnen. Hij zou willen dat anderen, die het wel anders kunnen, beginnen met dichten.
*
Maar natuurlijk zijn er ook altijd enkele dichters die wel in staat zijn een zwenk te maken, denkt hij op een bank aan het Museumplein nadat hij zich de in feite onzinnige vraag heeft gesteld hoe de bebouwing tegenover hem er zou hebben uitgezien wanneer Van Gogh in zijn aardappeletersstijl was blijven steken.
*
Het omgekeerde geldt ook: leefden we nu bijvoorbeeld tussen 1945 en 1955 dan zou O nooit de X-prijs hebben gekregen, niet omdat zijn werk dan niet serieus zou worden genomen, maar omdat hij het helemaal niet geschreven zou kunnen hebben en mogelijk niet eens dichter zou zijn.
*
Goethe, Schiller, Hesse, Mann waren kinderen, Hölderlin, Kafka stiefkinderen van hun tijd.
*
Bij de bekendmaking van de namen van de jury voor de P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza vraagt hij zich af of er bij oeuvreprijzen door de organiserende instantie niet eerst aan auteurs de mogelijkheid geboden zou moeten worden om zich op grond van de jurysamenstelling openlijk niet beschikbaar te stellen als kandidaat.
‘Maar dan melden zich hooguit auteurs af die de prijs sowieso niet zouden krijgen.’
‘Precies daarom.’
*
‘Ach, wie weet straks nog wie er in de jury zaten,’ zegt de schrijver die onder meer werd bekroond vanwege het in zijn werk zichtbaar maken van personen achter de façade van instituties.
*
‘Praktisch nooit vraagt men zich af door wie de samenstelling van zo’n jury voor een literatuurprijs wordt bepaald. Alsof het een geest is!’
‘Het is ook een geest.’
‘Een geest?’
‘De tijdgeest.’

Zie HIER aflevering 1, HIER 2 , HIER 3, HIER 4 , HIER 5, HIER 6, HIER 7 en HIER 8.