Nog net niet aangerand werden Daphnelaurier en Syrinx ritselriet, hamerde Picus
zijn boomklopperslied – veranderen in plant
of dier wanneer het exces van de lust het
al te onwenselijke, de mens zien liet,
het was intuïtief een gedachte die ook
iets goddelijks verried. Was de mythe maar
praktijk: in plaats van om ons te kwijnen
bloeiden dieren- en plantenrijken om ons
heen, Birkenau-eikenwouden, kuddes
Hararegeiten, zoetwilde Fritzldruiven,
bosmieren van Fourniret – hemels hoog
steeg ik om jubelend over heel de aarde uit
te kijken! Maar storten zou ik, als een steen.



Die inderdaad meesterlijke film had ik zo’n anderhalf jaar eerder met haar studiegroepje bekeken en analyserend besproken. En naderhand is Il conformista nog menigmaal in onze gesprekken over kunst ter sprake gekomen. Nu komt ze uit de ondergrondse boven en staat volkomen onverwacht midden in die film! En midden in de wereld! Dat is zo’n moment van genade, van ‘duur’ dat telt, waar het om gaat, waar alles op zijn plaats lijkt te vallen en fictie de werkelijkheid die ze altijd al is geweest ook daadwerkelijk blijkt te zijn, waar kunst bovengronds komt.