vrijdag 29 augustus 2008

DE APPELSCHILLER 1

De nieuwe roman van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl verschijnt allereerst in een Nederlandse vertaling. De nieuwe roman van Anna Enquist verschijnt allereerst in een Duitse vertaling.

Een verschijnsel dat geen uitzondering meer is en dat vragen oproept over onder meer de relatie van de literaire auteur tot de specifieke taal waarin en waarmee hij of zij werkt. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat zeker een auteur uit een klein taalgebied die weet dat het boek waaraan hij werkt allereerst of spoedig, in elk geval zeker in vertaling zal verschijnen, zich zal hoeden voor taalprovincialisme. De vertaalbaarheidsfactor zal ertoe bijdragen dat de drang tot ‘taalverrijking’ en zeker tot taalexperimenten op een dovend pitje komt te staan. Wie al in het Nederlands voor het Duits, Frans of Engels schrijft, beschouwt de taal niet zozeer als materie waaruit het boek ontstaat en zal bestaan, maar als vehikel.

Daardoor zou het ook kunnen gebeuren dat een vertaling literair of alleen al grammaticaal en stilistisch beter is dan het ‘origineel’. Een goede vertaler is de best denkbare redacteur.

Je zou daar als auteur èn als zijn thuisredacteur van kunnen profiteren. Was er bijvoorbeeld gewacht met de uitgave van Cees Nootebooms Paradijs verloren tot na de Duitse vertaling ervan, dan had men heel misschien nog tijdig kunnen onderkennen hoe het taalgebruik van deze roman van een rommeligheid en krakkemikkigheid was die je meestal aantreft bij scholieren met een gelukkig zeer tijdelijke artistieke bevlieging.


Twee van ca. 150 redactiebehoevende pagina's.
Klik op een van de twee pagina's voor een beter beeld van beide.